China combineert een enorm aanbod hoogwaardige ict-specialisten met relatief lage lonen. Vooral voor applicatieontwikkeling is uitbesteding naar China erg interessant. Problemen met de taal, de afstand en het gevaar van softwarepiraterij moeten echter niet onderschat worden.
Tekst: Henny van der Pluijm
Van de landen die zich met ictoutsourcing bezighouden, wordt China een steeds serieuzere optie. Gemeten naar de omvang van de outsourcingsactiviteiten die er plaatsvinden, is China volgens analisten inmiddels naar de tweede plaats geklommen achter India. Een groot aantal gerenommeerde bedrijven, waaronder Siemens, IBM, Hitachi, Microsoft en Volkswagen, verricht al sinds jaar en dag grote ict-projecten in China. De Aziatische supermacht kan in principe alles bieden wat Nederlandse ict-bedrijven nodig hebben, zowel in ruwe menskracht als in expertise en knowhow.
Talent pool
De vraag is hoe China zich verhoudt tot andere landen als aanbieder van outsourcingsdiensten. De eerste en tegelijkertijd belangrijkste reden waarom China aantrekkelijk is als land om outsourcingsdiensten te laten verrichten, is de onwaarschijnlijk grote ‘talent pool' waarover het land beschikt.
Het aantal jonge technici dat jaarlijks op de arbeidsmarkt komt, loopt in de honderdduizenden. Zo studeren er in China jaarlijks 400.000 technische studenten op academisch niveau af, waarvan een groot gedeelte aan het werk gaat bij een van de meer dan 10.000 it-bedrijven die het land telt. Als wordt gekeken naar het peil van het technisch en universitair onderwijs in vergelijking met het Westen, is China beslist geen ontwikkelingsland meer.
Door de jarenlange investeringen door de Chinese overheid in het onderwijs kan de kwaliteit zich zo langzamerhand meten met die van Westerse landen. Ook de it-infrastructuur is er heel behoorlijk, zeker in de grote steden.
Mogelijkheden
In vergelijking met veel andere landen die outsourcing aanbieden, met name Oost-Europese landen, biedt China aan Nederlandse bedrijven meer mogelijkheden om kostenbesparingen te behalen. De lonen liggen er redelijk laag, vooral bij de functies van junior en senior programmeur. Bij een activiteit als softwareontwikkeling is China daardoor beduidend goedkoper dan Oost-Europa en zelfs goedkoper dan India. Dat neemt niet weg dat Chinese bedrijven ook andere vormen van outsourcing kunnen leveren, zoals managed services en businessprocessoutsourcing (BPO).
Op kleine schaal worden zelfs taken op het gebied van onderzoek en ontwikkeling aan Chinese bedrijven uitbesteed. Maar terwijl een land als India vooral sterk is in het uitvoeren van ict-diensten, is China meer geschikt voor het verzorgen van technische projecten, van softwareontwikkeling en het testen van software tot en met het produceren van hardware. De absolute speerpunt van China lijkt applicatieontwikkeling te zijn.
Belangrijkste reden is dat in China zelf een markt bestaat van enkele honderden miljoenen gebruikers van mobiele telefoons. De mobiele telefoon is inmiddels het belangrijkste platform geworden voor het aanbieden van applicaties.
Achterhaald
Uiteraard kleven er ook risico's aan het uitbesteden van activiteiten naar China. sommige bezwaren tegen China waren ooit misschien terecht, maar lijken nu achterhaald. in vergelijking met Oost-Europa lijkt het arbeidsethos van de bevolking niet te hebben geleden onder decennia van communistische onderdrukking.
Hoewel China pas de laatste jaren bij het westerse bedrijfsleven op de radar staat, is de economische opkomst van China terug te voeren op een fundamentele politieke beleidswijziging die al aan het eind van de jaren zeventig plaatsvond. Vanaf dat moment heeft de Chinese economie zich geopend naar het buitenland, niet alleen naar het Westen, maar ook naar andere Aziatische landen.
Sindsdien hebben de Chinezen een uitgebreide praktische leerschool doorlopen, te beginnen met het optreden als onderaannemer voor grote Japanse bedrijven. In feite heeft het Chinese bedrijfsleven al enkele decennia ervaring opgedaan met het verzorgen van technische projecten voor het buitenland, hoewel de samenwerking met westerse bedrijven pas na de eeuwwisseling goed van de grond is gekomen.
Taalprobleem
Toch zijn er nog knelpunten waar uitbestedende bedrijven rekening mee moeten houden. in de eerste plaats is er het taalprobleem. Van de 1,2 miljard Chinezen spreken verreweg de meesten geen woord engels, behalve in de grote steden zoals Beijing, Shanghai en Shenzhen. Nog minder Chinezen beheersen het Engels op conversatieniveau. Het taalprobleem is ook de belangrijkste reden dat Engelstalige bedrijven geen helpdesks opzetten in China.
Nederlandse bedrijven moeten er ook rekening mee houden dat Chinese bedrijven die werk voor buitenlandse opdrachtgevers verrichten, meestal met meer landen tegelijk zakendoen en dus verschillende soorten engels horen. Veel Nederlanders spreken relatief goed engels, maar minder goed dan ze zelf vaak denken. Nederlanders klinken heel anders dan bijvoorbeeld Amerikanen of Engelsen.
De taalbarrière kan niet alleen bij Chinese bedrijven opspelen, maar ook bij het omgaan met overheidsfunctionarissen zoals politie en douane. Daarnaast wordt ook het reizen door China erdoor bemoeilijkt. In het openbaar vervoer, op de wegen en op vliegvelden zijn zeer weinig aanduidingen in het Engels, zodat een tripje met de metro of een binnenlandse vlucht al een heel avontuur kan worden.
Intellectuele eigendom
Hoewel uitbesteding aan China waarschijnlijk het meest lucratief kan zijn als het gaat om softwareontwikkeling, kleeft er een belangrijk risico aan. Het gevaar van softwarepiraterij is aanzienlijk. zo ongeveer alles wat Westerse bedrijven aan software en internetplatforms hebben ontwikkeld, is in China al nagebouwd, van Office tot Sharepoint en van Google tot Facebook.
Legio zijn de verhalen van westerse it-bedrijven die een project in China uitbesteedden om vervolgens te ontdekken dat datzelfde bedrijf een jaar later een vergelijkbaar product op de markt bracht, soms zelfs onder een gelijkluidende merknaam. broncode, maar ook technische documenten en databestanden zijn dus niet automatisch veilig in de handen van een chinees bedrijf. Voordat de samenwerking kan aanvangen, moet de Nederlandse uitbesteder dus zijn maatregelen nemen om zijn intellectuele eigendommen te beschermen.
De vraag is of de Chinese overheid daarbij kan helpen. China is zowel lid van de World Trade Organization (WTO) als van de World intellectual Property Organization (WiPO), zodat de Chinese overheid verplicht is de bescherming van intellectuele eigendom wereldwijd te helpen naleven. Dat betekent dat het land octrooien (patenten), merken en andere vormen van intellectuele eigendommen van westerse bedrijven moet respecteren.
Volgens analisten besteedt de Chinese overheid daar ook in toenemende mate energie aan. Het probleem is echter dat het afdwingen van de wetgeving op het gebied van intellectuele eigendom weinig effectief is. China is een erg groot land met meerdere bestuurslagen en regionale culturen, terwijl het taalprobleem ook hier opspeelt bij de communicatie met westerse bedrijven. Om al deze redenen blijft het gevaar bestaan dat westerse technologie botweg wordt nagemaakt.
Vormen van uitbesteding
Uitbesteding naar China kan in verschillende vormen plaatsvinden. De simpelste variant is uitbesteding van alle activiteiten aan een Chinees ictbedrijf. Een tweede variant is het ter plekke opzetten van een eigen vestiging die de activiteiten gaat uitvoeren met behulp van Chinese medewerkers en toeleveranciers. De derde mogelijkheid is het starten van een joint venture waarin de eigen onderneming samenwerkt met een lokaal bedrijf.
Welke optie het verstandigste is, hangt natuurlijk af van de omstandigheden, maar leidend zijn factoren als de aard en omvang van de uit te besteden activiteit en de ervaring die men aan beide kanten heeft met outsourcing. bij de simpelste variant - het uitbesteden van activiteiten aan een Chinees bedrijf - kan overigens een adder onder het gras zitten.
Chinese bedrijven plaatsen vaak hele projecten door naar andere Chinese bedrijven. Westerse uitbesteders die dit ontdekken, zijn vaak geschokt, en kunnen gemakkelijk de conclusie trekken dat de zakenpartner onbetrouwbaar is. Of dat het uitbestedende bedrijf in elk geval een kostenvoordeel misloopt dat de tussenpersoon in zijn zak steekt. toch hoeft deze constructie niet noodzakelijkerwijs een slechte zaak te zijn.
De taal- en cultuurverschillen tussen Westerse en Chinese bedrijven zijn zo groot dat het soms geen slecht idee is om uitbesteding indirect te latenverlopen. Het ‘contactbedrijf' in China opereert dan als een hoofdaannemer of tussenpersoon, omdat het gespecialiseerd is in communicatie met het buitenland. een ander chinees bedrijf doet het echte werk. Het probleem is wel dat als zich problemen voordoen bij het eigenlijk werk, bijvoorbeeld bij de applicatieontwikkeling, het voor het Westerse bedrijf moeilijk is om er een vinger achter te krijgen.
Het projectmanagement kan door dergelijke constructies dus sterk worden bemoeilijkt. De enige manier om erachter te komen hoe de vork precies in de steel zit, is door een bezoek aan het Chinese bedrijf te brengen voordat het project aanvangt. blijkt het om een ‘contactbedrijf' te gaan, dan kan er een nuchtere afweging worden gemaakt of deze constructie voldoet of dat er verder moet worden gezocht.
Typering
In vergelijking met India zijn nog enkele belangrijke verschillen te constateren bij het zakendoen met China. Zo is de Indiase economie meer op het Westen gericht, terwijl Chinese ondernemingen vooral klanten bedienen in Azië en op de binnenlandse markt. Dit verschil hangt ook samen met de omvang van de Chinese bedrijven.
Indiase ict-bedrijven zijn grosso modo veel groter dan hun Chinese collega's en alleen al daardoor meer op het buitenland gericht. Er zijn bijvoorbeeld verschillende Indiase bedrijven met meer dan 1000 medewerkers in outsourcing actief. Tegelijkertijd zijn slechts weinig Chinese bedrijven groter dan 20 medewerkers en er bestaat geen enkel Chinees it-bedrijf met meer dan 5000 medewerkers.
Een voordeel van de kleinschaligheid van Chinese bedrijven is dat de westerse uitbesteder meer keuze heeft bij het zoeken van een outsourcingspartner en vooral het onderhandelen over de prijs hard kan spelen. Het nadeel bij het uitbesteden aan kleine bedrijven is dat de onzekerheden groter zijn. De expertise bij de Chinese toeleverancier is beperkter van aard en omvang. Veel Indiase outsourcingsproviders beschikken bijvoorbeeld over ictcertificaten (bijvoorbeeld het Capability Maturity Model, CMM), maar het overgrote deel van de Chinese outsourcingsspecialisten moet nog aan certificering beginnen.
Aanpak
Het is hoe dan ook raadzaam eerst onderzoek te doen voordat een Nederlands bedrijf met een Chinese toeleverancier in zee gaat. Wie op internet zoekt naar de ervaringen van andere Westerse bedrijven met Chinese toeleveranciers, vindt dat sommige wel een half jaar vooronderzoek naar de Chinese partner deden voordat er serieus werd samengewerkt. Referenties van Westerse bedrijven vragen kan ook nooit kwaad.
In principe kan iedere Chinese ondernemer zich voordoen als outsourcingsspecialist en het is onbegonnen werk om Chinese bronnen te vinden die op deskundige wijze, onafhankelijk en in goed Engels een oordeel kunnen vellen over een Chinees bedrijf. Als de referenties kloppen en de eerste gesprekken positief zijn verlopen, is het geen overbodige luxe om te beginnen met een pilot. In de volgende fase kan het, als de omvang van de activiteiten het toelaat, verstandig zijn om eigen personeel ter plaatse te stationeren. Tenslotte blijft de eindverantwoordelijkheid altijd bij het uitbestedende bedrijf.
Kosten en doorlooptijd
Bij uitbesteding van projecten naar een land als China is het raadzaam vanuit Nederland speciale aandacht aan het projectmanagement en de budgettering te besteden. Vanwege de afstand en de taalverschillen is het, nog meer dan bij outsourcing naar andere landen, van belang dat de kosten en doorlooptijd van het project goed worden ingecalculeerd. zeker de eerste projecten moeten beginnen met een vooronderzoek waarin meer duidelijkheid over het vervolgtraject moet ontstaan.
De tweede fase moet dan het ‘opstarten' van het project omvatten. Van belang is dat de opstartkosten bij samenwerking met China aanzienlijk hoger moeten worden ingeschat dan bij een vergelijkbaar project in Nederland. Ook moet goed worden bekeken welke activiteiten precies worden uitbesteed, bijvoorbeeld alleen de softwareontwikkeling van een project of ook de testfase.
Desondanks kunnen de kostenbesparingen bij uitbesteding naar China aanzienlijk zijn. uit een onderzoek van outsourcingsspecialist Pieter Tsao, zelf programmanager bij het telecombedrijf Huawei, blijkt bijvoorbeeld dat bij een project met 4 fte's de opstartkosten dankzij de lagere lonen al binnen twee maanden goedgemaakt worden. Bij langere projecten zijn voordelen te behalen van 50 tot 60 procent.
Lange termijn
Duidelijk mag zijn dat outsourcing naar China lucratiever wordt naarmate het meer om langetermijnsamenwerking gaat. Goed onderzoek vooraf naar de partner en een goede projectplanning zijn eigenlijk altijd nodig en als er groen licht is voor de samenwerking, is een pilotproject geen overbodige luxe. Even snel een klusje aan China uitbesteden is er dus niet bij.
Henny van der Pluijm is freelance journalist